Woordje van ….

Woordje van Johan

We zijn alweer in oktober aangeland. De mooi herfsttijd met zijn
variërende kleuren in de natuur is in volle gang. De dagen beginnen weer
te korten. Voor vele dieren begint het hamsteren voor de wintermaanden.
Ook voor de mieren in onze streken. Ik vond een mooie overdenking over
dit uitzonderlijke dier die ik graag met jullie wil delen.

De leer van de mieren
De Schepper brengt met zijn Geest een volk bij elkaar van mensen die
ijverig samenwerken met het oog op zijn toekomst. In de dierenwereld
geeft God hiervan een voorbeeld.
Dit voorbeeld staat geschreven in Spreuken hoofdstuk 6 vers 6 t/m 11;
6 Ga naar de mieren, luiaard, kijk hoe ze werken en word wijs.
7 Hoewel er onder hen geen leider is, geen aanvoerder, geen koning, 8
halen ze in de zomer voedsel binnen, leggen ze in de oogsttijd een
voorraad aan. 9 Hoe lang nog, luiaard, zul je blijven slapen, wanneer kom
je uit bed? 10 Nog even dan? Nog even slapen, nog een beetje rusten,
een ogenblik nog blijven liggen? 11 Armoede overvalt je als een
struikrover, gebrek slaat je neer als een bandiet.
En hoofdstuk 30 de verzen 24 en 25;
24 Vier dieren zijn de kleinste op aarde, maar ze zijn buitengewoon wijs:
25 de mieren – sterk zijn ze niet, maar al in de zomer leggen ze een
voorraad aan;

Mieren zijn een prachtig schepsel van God. Niet voor niets lezen we “Kijk
naar de mieren en word wijs”. Google geeft na het woord ‘Mieren’ direct
weer welke mieren verdelgingsmiddelen er beschikbaar zijn. Blijkbaar is dit
de eerste reactie van mensen op mieren. De bijbel zegt juist: ga nou eens
op je knieën en kijk goed naar de mieren. Ga op je knieën en dank God
voor de pracht waarmee Hij de mier geschapen heeft. Een van de eerste
dingen die je zult zien als je goed naar mieren kijkt is dat ze nooit stil
zitten. Altijd maar lopen ze. Mieren hebben geen vakantie, ook gaan ze
nooit een weekendje weg. Mieren zijn vreselijk ijverig. Mieren zijn altijd
bezig. Daarom zegt God in de bijbel ook: ‘Ga naar de mieren, luiaard, kijk
hoe ze werken en word wijs.’ Nu is dit niet om het idee te wekken dat er
veel luiaards onder ons zijn. Zeeuws Vlamingen zijn een ijverig volkje en
wat wordt er veel werk verzet. Zowel binnen als buiten de gemeenten.
Wat kunnen wij dan leren van de mier? Twee dingen zijn heel opvallend bij mieren: 1) ze hebben geen leider, geen aanvoerder die het werk verdeelt
en aanstuurt, en toch doen ze in grote harmonie hun werk. 2) mieren
maken zich zo druk met het oog op de toekomst, in de zomer leggen ze
hun wintervoorraad aan. Wij zijn over het algemeen ook heel ijverig, maar
waar richt onze ijver zich op? Waar maken wij ons druk voor? Voor onze
vakantie? Voor het voetbal? Voor school, voor ons werk? Toch ook wel.
En misschien zeg je: nou ja, school, werk, dat gaat ook over mijn toekomst.
En dat is natuurlijk goed. Net zoals het goed is om vakantie te houden.
Maar de vraag voor ons allemaal is: hoe druk maak ik me nou voor de
toekomst met God? Persoonlijk, maar ook samen als gemeente?

De mieren en de gemeenteleden. Ze zijn kolonievormend. Op de
wikipedia-pagina over mieren kun je lezen dat mieren ‘kolonievormende,
sociale insecten’ zijn. Toen moest ik gelijk aan de gemeente denken.
Kolonievormend wil zeggen dat dieren van eenzelfde soort bij elkaar
wonen. Als gemeente zijn wij toch ook op een bepaalde manier van
dezelfde soort, wij zijn christenen. En we ‘wonen’ hier in de kerk bij elkaar.
Mieren herkennen koloniegenoten aan een speciale geur, een
gezamenlijke geur. Die gezamenlijke geur ontstaat doordat ze hetzelfde
voedsel eten en dat ook uitwisselen. Ook in hun onderlinge communicatie
speelt die geur een rol. Wij voeden ons hier in de kerk met het Woord van
God. Dat nemen we tot ons, we nemen het in ons op. We wisselen het ook
uit, in bijvoorbeeld bijbelstudie. De bijbel zegt ergens dat je als christen een geur verspreidt (2 Korintiërs 2:14). Maar we herkennen elkaar toch ook omdat we hetzelfde voedsel gebruiken?

Ze zorgen gezamenlijk voor de larven
Wat je ook zou zien wanneer je in een mierennest naar binnen kon kijken
is dat ze gezamenlijk zorgen voor de larven. Dat heet in de biologie
‘gezamenlijke broedzorg’. In een mierenkolonie heb je overlappende
generaties. Er zijn altijd volwassen dieren, opgroeiende dieren en larven.
Ook in de gemeente heb je overlappende generaties en wij geven ook
aandacht aan die ‘gezamenlijke broedzorg’. In de catechese, op de
jeugdvereniging, op de bijbelstudie, op de bidstond en in de gezinnen.
Dat laatste is een heel terecht aandachtspunt dat we aan het oppakken
zijn. Gezamenlijke broedzorg, leer het van de mieren. Zo blijft de kolonie in stand. En bij mieren is het zo dat het soort voedsel dat een larve krijgt bepaalt tot wat voor mier hij opgroeit. Tot verkenner, voedselverzamelaar, kinderverzorger of soldaat. Wat voor voedsel krijgen onze kinderen en jongeren eigenlijk?

Ze vormen een superorganisme
Wat ook treffend is dat zo’n mierenkolonie soms een ‘superorganisme’
wordt genoemd. Niet meer een verzameling individuen maar een
superorganisme. Daarmee wordt bedoeld dat zo’n mierenvolk gezamenlijk
dingen doet die je niet zou verwachten als je naar één enkele mier zou
kijken. Samen treden ze op als een eenheid, als een soort nieuw dier dat ze
met elkaar vormen. En elke mier heeft daarin zijn eigen plek. Dat doet mij
erg denken aan de gemeente die met een lichaam wordt vergeleken
(Romeinen 12:4-8, 1 Korintiërs 12:12-31). De christelijke gemeente is
eigenlijk ook een superorganisme. De gemeente doet dingen die je niet
zou verwachten als je naar één enkele gelovige zou kijken. Als gemeente
vormen we met elkaar een grote complete mens waarin iedere gelovige
zijn eigen plek heeft. De een is oog, de ander oor, weer een ander een
hand of een voet. Een gemeente heeft op een aantal punten best iets weg
van een mierenkolonie.

Wat je leert van de mieren
Wees ijverig bezig voor de toekomst met God
Maar waar gaat het nou om in Spreuken 6:6? Je leest daar dat mieren zich
ijverig voorbereiden op de komst van de winter. Dat is per mierensoort
nog weer verschillend, maar het gaat hier over de mieren die vooral
voorkomen in Israël. Mieren bij ons houden een winterslaap maar die in
Israël niet. Die moeten dus eten verzamelen en opslaan. Het meest
bijzondere is dat ze dit doen zonder leider, zonder aanvoerder. Alles wat in een mierenkolonie gebeurt wordt gedaan zonder dat iemand het werk
verdeelt. En toch werken ze optimaal samen met het oog op de toekomst.
God wil dat we dat leren van de mieren. Dat we in de gemeente samen
werken en ons ijverig voorbereiden op de toekomst met Hem. God wil ons
behoeden voor armoede. Met de armoede die de luiaard van Spreuken 6
overvalt wordt bedoeld geestelijke luiheid. Luiheid als het gaat over ons
geloof, over bijbellezen en bidden, over naar de kerk gaan, over stille tijd. Vraag jezelf dan af waar jij energie in steekt, waar jouw ijver zich op richt. Waar maak jij je druk voor in je dagelijks leven? Vraag je ook af op wat voor toekomst jij je richt. Is dat de toekomst van het leven met God. Dat je je daar druk om maakt door nu al met God te leven. Door veel ‘voedsel’ te verzamelen, veel bijbel te lezen en je die woorden eigen te maken. Door God steeds meer te leren kennen. Er kan een tijd in je leven komen dat je op die voorraad moet terugvallen. Bijvoorbeeld in een tijd van ziekte, twijfel of strijd.

Werk samen onder leiding van Gods Geest
Samenwerken in de gemeente. Dat vinden we bij tijden moeilijk. Wat leren
we van de mieren? Zij werken optimaal samen zonder leider of
aanvoerder. Dat is wonderlijk. Mieren van één kolonie vechten ook
gezamenlijk tegen hun vijanden. Ze vechten nooit tegen elkaar, dat komt
door die gezamenlijke geur. Maar dat is nog niet eens het grootste
leerpunt. Vraag je eens af hoe het komt dat mieren zo goed samenwerken
en de taken verdelen zonder leider. Op een manier dat ze functioneren als
een superorganisme. Ik denk dat dit komt door Gods Geest. Biologen
zullen zeggen: het is instinct. Maar wie heeft dat dan geschapen? In Psalm
104 is het de ‘adem van God’, oftewel de heilige Geest die het aanzien van
de aarde vernieuwt (Psalm 104:30). Gods Geest werkt in de schepping, in
de natuur. Maar als Gods Geest het mierenvolk leidt op een onzichtbare
manier en elke mier tot zijn eigen taak aanzet zodat het één groot geheel
is dat functioneert en leeft, laten wij dan bidden om diezelfde Geest in de
gemeente. Zoals Gods Geest de mieren leidt zo wil Hij ook de gemeente
leiden. Zo wil Hij ook in jou werken, zodat jij je plaats in het geheel
inneemt en je ijver inzet voor de gemeente. De apostel Petrus schrijft in
zijn eerste brief: ‘Laat ieder van u de gave die hij van God gekregen heeft, gebruiken om de anderen daarmee te helpen, zoals het goede beheerders van Gods veelsoortige gaven betaamt. Voert u het woord, laat dan Gods woorden doorklinken in wat u zegt. Helpt u anderen, doe dat dan vanuit
de kracht die God u geeft. Want zo doet u alles tot eer van God, dankzij
Jezus Christus, aan wie alle eer en macht toekomt, voor eeuwig’ (1 Petrus
4:10-11). De gemeente vormt een lichaam, mieren vormen een
superorganisme. Op internet lees je over mieren als superorganisme: ‘Het
lijkt dan haast alsof ze op een intelligente manier worden aangestuurd.’
Zou het niet gewoon Gods Geest zijn? Die Geest wil ook de gemeente
leiden (Filippenzen 2:2). Laat de gemeente geen andere leider hebben dan
de heilige Geest.

Mieren zijn een van de succesvolste diergroepen
Je moet erg ver op vakantie gaan om geen mieren tegen te komen. Mieren
komen vrijwel over heel de wereld voor. Alleen niet op Antarctica. En op
IJsland, Groenland en Hawaiï komen ze van nature niet voor. Dus de kans dat je met mieren te maken krijgt is vrij groot. Bekijk die mieren nou eens
goed voor je ze verdelgt -of liever- verjaagt. Ga op je knieën. En dank God
voor de pracht waarmee Hij de mieren gemaakt heeft. Dank Hem voor de
wijze les die Hij je in de mieren geeft. Dat mieren vrijwel over heel de
wereld voorkomen bewijst volgens wikipedia dat ze ‘een van de
succesvolste diergroepen zijn’. Logisch, want wat hebben ze een
uitmuntende Schepper. Die Schepper brengt met zijn Geest een volk bij
elkaar van mensen die ijverig samenwerken met het oog op zijn toekomst.
Echt. En dat gaat ook lukken. In de dierenwereld bestaat het al.
Bron; Prekensite Rutger Heij

DutchEnglishFrenchGerman